DEN HAAG – Het gerechtshof in Den Haag heeft de 32-jarige Boris S. uit Zoetermeer veroordeeld tot 13,5 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor het doden van de 35-jarige Gita Reyers in 2020. De gevangenisstraf valt daarmee anderhalf jaar hoger uit dan de straf die de rechtbank hem in 2022 oplegde.
Gita Reyers werd op 24 oktober 2020 aangetroffen in haar woning aan de Wognumstraat in Den Haag, nadat zij als vermist was opgegeven. Haar lichaam lag op de bank in de woonkamer, verborgen onder dekens, kussens en andere spullen. De woning verkeerde volgens de rechtbank en het gerechtshof in een zeer rommelige staat.
Het exacte moment waarop het slachtoffer om het leven werd gebracht, kon niet worden vastgesteld. Wel zijn er volgens de rechtbank en het gerechtshof sterke aanwijzingen dat Reyers op of kort na 21 september 2020 om het leven is gebracht.
Wurging
Het gerechtshof oordeelt dat S., de ex-vriend van het slachtoffer, haar van het leven heeft beroofd door haar te wurgen. Bij het oordeel woog het gerechtshof onder meer mee dat DNA van de verdachte op verschillende plekken op het lichaam van het slachtoffer is aangetroffen, waaronder op haar hals.
Wekenlang in woning
Volgens het gerechtshof bleef S. na de dood van het slachtoffer tot 17 oktober 2020 in de woning, terwijl het lichaam van het slachtoffer daar aanwezig was. Hij heeft de woning in die periode behoorlijk overhoopgehaald en uiteindelijk in die toestand achtergelaten.
Gedurende die periode gebruikte S. haar laptop en telefoon en zette hij verschillende spullen van het slachtoffer via Marktplaats te koop. Hij probeerde met haar bankpas geld op te nemen en toegang te krijgen tot haar bankrekening. Dat lukte niet, maar via haar account wist hij wel vouchers te bestellen die met automatische incasso’s van haar rekening werden betaald. Hij gebruikte deze vouchers in een restaurant en een hotel.
Ten slotte zijn er aanwijzingen dat S. de moeder van het slachtoffer via valse WhatsApp-berichten ertoe bracht om 50 euro contant in de brievenbus van de woning te stoppen. Het geld zou hij vervolgens hebben gebruikt.
Het gerechtshof noemt de manier waarop S. na haar dood met haar bezittingen omging bijzonder schokkend. Volgens het gerechtshof heeft hij niet alleen haar leven beëindigd, maar vervolgens ook van haar dood geprofiteerd.
Hogere straf in hoger beroep
S. heeft altijd ontkend dat hij verantwoordelijk was voor haar dood. Hij stelde dat hij geen serieuze relatie met het slachtoffer had en dat hun contact voornamelijk seksueel was. Ook ontkende hij dat hij na haar dood langdurig in de woning had verbleven.
De rechtbank veroordeelde hem in 2022 al tot twaalf jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. S. ging vervolgens in hoger beroep. Het gerechtshof komt nu tot een zwaardere gevangenisstraf van 13,5 jaar en tbs met dwangverpleging. De straf is daarmee gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie in hoger beroep.
Deskundigen hebben bij S. een persoonlijkheidsstoornis, stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis en zwakbegaafdheid geconstateerd. Ook werd het risico op herhaling als groot ingeschat. Daarom is naast de gevangenisstraf tbs met dwangverpleging opgelegd.